Wat is het verschil tussen schoffelen, hakken en cultiveren?
De drie woorden worden in tuincentra vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn echt verschillende handelingen. Wie het verschil kent, koopt minder gereedschap en werkt met minder moeite.
- Schoffelen: je haalt een vlak blad een paar centimeter onder de grond door. Het onkruid wordt van zijn wortel gesneden en verdroogt op het bed.
- Hakken: je slaat het blad van bovenaf in de grond en trekt het naar je toe. Zo breek je vaste korsten, kluiten en taaie wortels open.
- Cultiveren of krabben: je trekt tanden door de bovenlaag. De grond wordt luchtig en kruimelig, het onkruid komt los en blijft boven liggen.
Schoffelen is dus onderhoud, hakken is zwaarder grondwerk en cultiveren zit er een beetje tussenin. Een moestuinder die elke week een half uur bijhoudt, schoffelt vooral. Wie een stuk grond overneemt dat jaren heeft stilgelegen, begint met hakken.
Trekschoffel, duwschoffel of beugelschoffel: welke past bij jou?
Alle drie snijden ze onkruid af. Het verschil zit in de beweging en daarmee in waar je ze het best voor gebruikt.
De duwschoffel is de klassieke Hollandse schoffel. Je loopt achteruit en duwt het blad vlak onder de grond vooruit. Omdat je achteruit loopt, trap je de geschoffelde grond niet meteen weer aan. Op lange rijen in de moestuin werkt dat prettig. Onze duwschoffel zit aan een essen steel van 140 cm.
Een trekschoffel haal je naar je toe. Dat geeft meer controle, dus je komt dichter bij je planten zonder ze te raken. De trekschoffel van Krumpholz is klein, met een korte handgreep voor werk op de knieën of een knopsteel van 48 cm voor bakken en smalle bedden.
De beugelschoffel heeft een blad in de vorm van een stijgbeugel en snijdt bij duwen én trekken. Je maakt er snel meters mee op paden, open stukken en tussen ruime rijen. Op een bed met kleine zaailingen is hij juist minder handig, omdat je bij het heen en weer gaan sneller iets meeneemt.
Wanneer pak je een hak in plaats van een schoffel?
Een schoffel heeft losse grond nodig. Op klei die in de zomer hard is geworden of op grond met een dichte grasmat glijdt hij er overheen. Dan heb je een hak nodig.
Een hak heeft een zwaardere kop en staat haaks op de steel. Je laat het gewicht het werk doen: optillen, in de grond laten vallen en naar je toe trekken. Op die manier maak je een verwaarloosd bed weer open, trek je een zaaivoor of hak je onkruid met dikke wortels los.
Voor werk dicht op de grond, in een bed of tussen vaste planten, is een handhak met korte steel prettig. Krumpholz smeedt er een hele reeks van, zoals de Handhak Harzer model aan een gebogen steel van 48 cm. Voor staand werk in de moestuin kies je een hak met een steel van 130 cm of meer.
Eerlijk advies: heb je een jonge tuin met losse, goed bewerkte grond, dan heb je in het begin vaak geen hak nodig. Een schoffel en een krabber zijn dan genoeg.
Wat is een Japanse hak en waar gebruik je die voor?
Een Japanse hak is een smalle hak met een scherp, sikkelvormig blad dat schuin op de steel staat. Hij zit tussen een schoffel en een hak in. Je trekt hem door de bovenlaag en snijdt onkruid af, maar met de punt hak je ook in vaste grond.
Omdat het blad smal is, kom je makkelijk tussen planten die dicht op elkaar staan. Langs de rand van een border of tussen de tegels werkt hij net zo goed. Veel tuiniers die er eenmaal een hebben, pakken hem vaker dan hun gewone schoffel.
Let bij het kopen op welke hand je gebruikt. Het blad staat onder een hoek, dus er is een Japanse sikkelhak voor rechtshandigen en een gespiegelde versie voor linkshandigen. Met de verkeerde versie werkt het onhandig.
Wil je hier meer over weten, lees dan ons artikel over het gebruik van een Japanse hak.
Cultivator en krabber: grond losmaken zonder te spitten
Een cultivator heeft drie tot vijf gebogen tanden. Je trekt hem door de bovenste tien centimeter en breekt zo de korst die na regen ontstaat. Water en lucht komen dan weer in de grond en kiemend onkruid wordt losgetrokken.
In de praktijk is het verschil tussen een cultivator en een krabber klein. Een krabber is meestal compacter en je slaat hem iets meer in de grond, zoals een hakje met tanden. Een cultivator trek je vooral door de grond.
De Krabber met 3 tanden is de klassieker. Je kunt kiezen uit een korte handgreep van 14 cm voor de plantenbak tot een steel van 140 cm voor staand werk. Voor grotere bedden is de Gesmede cultivator met 3 tanden aan een steel van 140 cm prettiger: je loopt langs het bed en haalt de grond in lange halen los.
Een cultivator vervangt de spade niet. Spitten keert de grond om, cultiveren laat de lagen liggen. Veel moestuinders spitten daarom niet meer elk jaar en houden de grond alleen nog los met een cultivator of woeltand.
Welke steellengte kies je?
Veel van deze gereedschappen zijn er in meerdere lengtes. Kies op basis van waar je werkt, niet op basis van wat je het meest gebruikt ziet.
- Handgreep van 14 cm: voor bakken, potten en werk op de knieën tussen vaste planten.
- Knopsteel van 48 cm of P-greep van 28 cm: zittend op een krukje of geknield aan de rand van een verhoogd bed.
- Lange steel van 130 tot 140 cm: staand werk in moestuin en border, beter voor je rug.
Ben je lang, dan maakt tien centimeter extra steel veel uit. Je hoeft dan minder voorover te buigen. De stelen zijn van essenhout. Dat is taai en veert een beetje mee, waardoor je minder schokken in je polsen voelt.
Wat heb je echt nodig om te beginnen?
Je hoeft niet alles tegelijk te kopen. Voor de meeste tuinen is dit een goede start:
- een schoffel die bij je manier van werken past, voor het wekelijkse onkruid;
- een krabber of cultivator om de grond na een regenbui los te maken.
Een hak komt erbij als je zware of verwaarloosde grond hebt. Een Japanse hak is iets voor wie veel tussen dicht beplante bedden werkt of een gereedschap zoekt dat veel kan. Merk je dat je met een gereedschap steeds tegen hetzelfde probleem aanloopt, dan weet je meteen wat je als volgende nodig hebt.
Schoffel vaak en kort. Onkruid dat nog maar twee blaadjes heeft, ben je met één haal kwijt. Wacht je drie weken, dan heb je een hak nodig en ben je een middag bezig.