De woeltand
Een woeltand heeft één sikkelvormig gebogen tand met een lansvormige punt. Je trekt hem in banen door de grond, eerst in de lengte en daarna dwars. De grond breekt open zonder dat de lagen door elkaar raken, en daarom wordt de woeltand veel gebruikt in de biologische tuin. De Woeltand is er met korte greep, P-greep, knopsteel van 48 cm of steel van 135 cm. De Gesmede woeltand heeft een steel van 150 cm en weegt 1200 gram, voor wie in het voorjaar grote bedden losmaakt. De Bio-woeltand is de kleine versie voor de bovenlaag.
Drie of vijf tanden
Krabbers en cultivators hebben meerdere gebogen tanden die je naar je toe trekt. Met drie tanden ga je dieper en kom je makkelijker door vaste of stenige grond. Vijf tanden staan dichter op elkaar. Die werken minder diep, maar verkruimelen de bovenlaag fijner en trekken kiemend onkruid mee. Een krabber met vijf tanden pak je daarom graag om een zaaibed klaar te maken.
Beide zijn er in veel lengtes. De Krabber met 3 tanden loopt van een greep van 14 cm tot een steel van 140 cm. De Krabber 3 tanden en de Krabber 5 tanden hebben een steel van 40, 80 of 130 cm. De Cultivator 4 tanden zit er met een steel van 80 of 130 cm tussenin.
Voor zware grond en voor tussen de planten
Bij vaste klei heb je gewicht nodig. De Zware cultivator met 3 gesmede tanden weegt 1200 gram aan een steel van 140 cm en trekt door grond waar een lichte krabber overheen springt. De Gesmede cultivator met 3 tanden en de Gesmede krabber met 3 tanden zijn lichter en ook gesmeed.
In bakken en tussen vaste planten werk je met een korte greep. Bio-cultivator model 1363 en model 1364 wegen 140 gram en passen tussen dicht opeen staande planten. Model 1364 is er ook met een knopsteel van 48 cm. De Tweehandige cultivator bedien je met twee handen, wat meer kracht geeft bij korte halen in een kleine moestuin.