Hoeveel gereedschap heb je nodig voor een moestuin?
Minder dan de meeste startpakketten doen geloven. Een moestuin van tien of twintig vierkante meter bewerk je prima met vier stuks handgereedschap. Wat je daarna koopt, hangt af van je grond, de grootte van je tuin en hoe je wilt werken.
Het is verleidelijk om meteen een complete set te kopen. Doe het niet. Na één seizoen weet je welke klussen je vaak doet en wat je mist. Dan koop je gericht, en dan liefst gereedschap dat jaren meegaat.
Een goede spade of schoffel gebruik je honderden uren per jaar. Bespaar daarom niet op die paar stuks die je elke week vastpakt. Het goedkope gereedschap in een startset buigt of laat los op het moment dat je grond het zwaarst is.
De basisset voor je eerste moestuinjaar
Met deze vier kom je het eerste seizoen ver:
- Een spade om de grond om te zetten, compost in te werken en een bed af te steken. De Tuinspade van Krumpholz is uit één stuk staal gesmeed en heeft een trede, zodat je met je voet kracht zet. Vind je een volle spade te zwaar, kijk dan naar een damesspade. Die is lichter en heeft hetzelfde bereik.
- Een hark om het bed gelijk te trekken en een fijn zaaibed te maken. Een stalen hark met korte, stevige tanden werkt hiervoor beter dan een bladhark. De Gesmede stalen hark heeft 14 of 16 tanden.
- Een schoffel voor het onkruid. Op lange rijen werkt een duwschoffel prettig: je loopt achteruit en trapt niets aan.
- Een plantschep voor plantgaten, uitplanten en kleine klussen. Een gesmede plantschep blijft ook in stenige grond recht.
Een emmer, een gieter en een paar stokken met touw om rechte rijen te zetten heb je waarschijnlijk al in huis.
Spitten of niet spitten in de moestuin?
Een nieuw bed in een stuk gazon of verwaarloosde grond moet je één keer goed losmaken. Steek de zode af, keer hem om en hak hem fijn, of leg hem omgekeerd op de composthoop. Daarna werk je compost door de bovenlaag.
Daarna hoef je niet elk jaar diep te spitten. Steeds meer moestuinders houden de bodem zoveel mogelijk intact. Ze leggen in de herfst compost op het bed en maken de grond in het voorjaar alleen los zonder hem om te keren. Het bodemleven blijft dan in zijn eigen laag en je hebt minder last van kiemend onkruid, omdat je geen nieuwe zaden naar boven haalt.
Werk je op zware klei, dan is spitten in de herfst wel nuttig. De vorst breekt de grove kluiten dan over de winter in kleinere stukken. Op zand of veen kun je het meestal laten.
Wat kun je later kopen?
Deze gereedschappen zijn handig, maar je hebt ze in het begin niet nodig. Koop ze pas als je merkt dat je ze mist.
- Spitvork: op zware of doorwortelde grond dringt een vork makkelijker door dan een spade. Ook handig om aardappels te rooien zonder ze door te steken.
- Woeltand: een sikkelvormige tand die de grond losmaakt zonder hem om te keren. Voor wie stopt met spitten is dit een goede vervanger.
- Krabber of cultivator: maakt de korst na een regenbui open en trekt kiemend onkruid los. De Krabber met 3 tanden is er van korte greep tot lange steel.
- Pootijzer of pootstok: voor prei, koolplanten en zaailingen. Een stuk bezemsteel werkt in het begin ook.
- Compostschep: als je eenmaal een eigen composthoop hebt, wil je er een.
Wat je in een kleine moestuin waarschijnlijk nooit nodig hebt: een motorfrees, een kruiwagen vol gespecialiseerde wieders en vijf verschillende harken. Een frees maakt de grond in één middag los, maar verdicht de laag eronder en hakt wortelonkruid zoals kweek in honderd stukjes, die allemaal weer uitlopen. Op een paar bedden ben je met de hand bijna net zo snel klaar en houd je de structuur van je grond intact.
Welk gereedschap past bij jouw grond?
De grond in Nederland verschilt sterk per streek, en dat bepaalt meer dan je denkt welk gereedschap prettig werkt.
Op zandgrond werkt bijna alles. De grond is licht en droogt snel. Je kunt met een lichtere spade en een eenvoudige schoffel volstaan.
Op klei heb je stevig gereedschap nodig. Natte klei plakt aan de spade, droge klei wordt hard als steen. Een spade met een scherpe snede, een spitvork en een zware hak maken hier echt verschil. Bewerk klei nooit als hij nat is, dan smeer je hem dicht.
Op veen is de grond los en vaak vochtig. Een brede spade en een vork om te beluchten werken goed. Een schoffel gaat er vlot doorheen.
Met of zonder lange steel?
In de moestuin werk je het meeste staand, dus de lengte van de steel telt. Een schoffel of hark met te korte steel betekent een dag voorovergebogen staan. Bij een lengte van 1,80 meter of meer loont een langere steel.
Werk je in verhoogde bakken, dan draait het om. Daar zijn korte stelen en handgereedschap juist prettiger. Je staat of zit naast de bak en hebt overzicht over het bed.
Krumpholz gebruikt essen stelen, voor een aantal gereedschappen ook hickory. Beide houtsoorten zijn taai en vangen schokken op. Een houten steel heeft wel wat zorg nodig. Laat hem niet buiten in de regen liggen en wrijf hem af en toe in met lijnolie.
Gereedschap goed houden
Goed gereedschap kan tientallen jaren mee, als je het netjes behandelt.
- Borstel na het werk de grond eraf. Natte aarde die blijft zitten, gaat roesten.
- Houd de snede van je spade en schoffel scherp. Een paar halen met een vijl aan het begin van het seizoen maakt het werk veel lichter.
- Berg alles droog op, het liefst hangend.
- Behandel de houten stelen af en toe met lijnolie.
Wie dit doet, merkt dat een schoffel na tien jaar nog net zo makkelijk door de grond gaat als op de eerste dag.