Wanneer plant je bloembollen?
Er zijn twee plantseizoenen, afhankelijk van wanneer de bol bloeit.
Voorjaarsbloeiers plant je in de herfst. Denk aan tulpen, narcissen, krokussen, hyacinten, blauwe druifjes en sneeuwklokjes. Ze hebben een koude periode nodig om in het voorjaar te bloeien. De beste tijd is oktober en november, maar alles tussen eind september en de eerste vorst is goed. Tulpen kun je gerust wat later planten. In koudere grond hebben ze minder last van schimmel.
Zomerbloeiers zijn niet winterhard of hebben warmte nodig om te groeien. Dahlia's, gladiolen, begonia's en de meeste lelies plant je in april of mei, als de grond is opgewarmd en de kans op nachtvorst klein is.
Ben je laat met je voorjaarsbollen, dan kun je nog planten zolang je een schep in de grond krijgt, ook in december. Ze bloeien dan wat later en soms wat korter, maar een bol in de grond doet het altijd beter dan een bol die in de schuur ligt uit te drogen.
Hoe diep plant je bloembollen?
De vuistregel: plant een bol twee à drie keer zo diep als hij zelf hoog is. Je meet van de onderkant van het plantgat, dus niet van de bovenkant van de bol.
- Kleine bolletjes zoals krokus, blauwe druifjes en sneeuwklokjes: ongeveer 8 tot 10 cm diep.
- Tulpen en hyacinten: ongeveer 15 cm, op zandgrond mag het iets dieper.
- Narcissen en grote alliums: 15 tot 20 cm.
Op lichte zandgrond plant je aan de diepe kant, op zware klei aan de ondiepe kant. In natte klei rotten bollen sneller. Een handje grof zand onder in het plantgat helpt dan.
Zet de bol met de punt naar boven en de platte kant met wortelkrans naar beneden. Twijfel je bij een knol of de bovenkant, zoals bij anemonen, leg hem dan op zijn kant. De scheut vindt zelf de weg naar boven.
Hoe ver uit elkaar plant je bloembollen?
Als regel houd je twee à drie keer de breedte van de bol aan tussen twee bollen. Een tulp komt dan op zo'n 10 cm van de volgende, een krokus op 5 cm.
Wil je een vol effect, plant dan in groepen in plaats van in rijen. Tien tulpen in een losse pol zien er beter uit dan twintig in een rechte lijn langs het pad. Bij kleine bollen werkt het nog sterker: vijftig krokussen op een vierkante meter is niet overdreven.
Een veelgebruikte methode is lasagneplanten in een grote pot of een plantvak: grote bollen onderin, daarboven een laag grond met middelgrote bollen, en bovenin de kleine. Zo bloeit dezelfde plek van februari tot mei.
Bollen planten in het gras of in de border
In de border is planten eenvoudig. De grond is los en je kunt een groter gat maken voor een hele groep bollen tegelijk. Let op waar je vaste planten staan, zodat je geen wortels doorsteekt.
In het gazon wordt het lastiger. Hier heb je een gereedschap nodig dat een rond gat met een prop zode steekt. Je zet de bol in het gat, legt de prop terug en drukt hem aan. Na een paar dagen zie je er niets meer van.
Kies voor in het gras bollen die zich makkelijk uitzaaien of vermeerderen, zoals krokussen, sneeuwklokjes, wilde narcisjes en blauwe druifjes. Tulpen doen het in gras meestal maar een of twee jaar goed.
Belangrijk bij bollen in het gazon: maai pas als het blad geel is geworden, meestal zes weken na de bloei. Het blad maakt de voeding aan voor de bloei van volgend jaar. Maai je te vroeg, dan zie je de bollen elk jaar minder bloeien.
Welk gereedschap heb je nodig voor bloembollen?
Voor een paar bollen in een pot volstaat een gewone plantschep. Plant je er meer, dan bespaart het juiste gereedschap je veel tijd en een pijnlijke rug.
- Bollenplanter: steekt een rond gat en neemt de grond mee naar boven. Het meest geschikt voor gazon en voor bollen die je per stuk plant. De Bollenplanter Ø 48 mm is er met korte handgreep, P-greep of knopsteel.
- Bollenplanter met T-steel: dezelfde gedachte, maar met een essen steel van 80 cm. Je plant staand, zonder te bukken of te knielen. Bij honderd bollen of meer merk je dat verschil echt.
- Smalle plantschep: voor diepe, smalle gaten tussen bestaande planten in de border. De Smalle plantschep model 1482 is hier echt voor gemaakt.
- Pootijzer: snel voor kleine bolletjes in losse grond. Een pootijzer maakt wel een puntig gat. Druk de bol goed aan, zodat er geen luchtholte onder blijft waarin de wortels niets kunnen vinden.
Voor bollen die je in groepen plant, is een Poothak met steel van 48 of 75 cm prettig. Je trekt er snel een kuil of geul mee.
Bloembollen planten in stappen
- Kies een plek met zon of halfschaduw. Bijna alle bollen hebben een hekel aan grond die nat blijft.
- Maak de grond los en haal onkruid met wortels weg.
- Steek het plantgat op de juiste diepte. Gebruik een bollenplanter in het gras en een smalle plantschep in de border.
- Zet de bol met de punt naar boven en druk hem licht aan.
- Vul het gat met de grond en druk de bovenlaag aan.
- Geef water als de grond droog is. In een normale Nederlandse herfst is dat vaak niet nodig.
Muizen en eekhoorns eten graag krokussen en tulpen. Heb je daar last van, leg dan een stuk gaas vlak boven de bollen. Narcissen laten ze staan.
Wat doe je met bollen na de bloei?
Knip de uitgebloeide bloem eraf, zodat de plant geen energie in zaad steekt. Laat het blad staan tot het geel wordt en vanzelf loslaat.
Narcissen, krokussen en de meeste kleine bollen kun je jaren laten zitten. Tulpen bloeien in de meeste tuinen het eerste jaar het mooist. Wil je elk voorjaar een volle tulpenborder, dan plant je ze elk najaar bij. Je kunt ze ook na de bloei uitgraven en droog bewaren. Een smalle handvork is daar handig voor: je tilt de bollen eruit zonder ze door te steken.
Zomerbollen als dahlia's haal je in oktober of na de eerste nachtvorst uit de grond. Laat ze opdrogen en bewaar ze vorstvrij.