Wanneer moet je aardappels poten?
Aardappels willen grond die een beetje is opgewarmd, rond de 8 tot 10 graden. In de meeste delen van Nederland is dat van half april tot begin mei. Vroege rassen kun je eind maart of begin april al poten als je ze bij nachtvorst afdekt met vliesdoek.
Poot je te vroeg in koude, natte grond, dan gebeurt er weken niets en kunnen de pootaardappels rotten. Een paar weken wachten kost je meestal geen oogst.
Wil je eerder oogsten, laat de pootaardappels dan voorkiemen. Zet ze vier tot zes weken voor het poten in een eierdoos op een lichte, koele plek, rond de 10 tot 15 graden. Ze maken korte, stevige groene of paarse kiemen. Lange witte slierten krijg je als ze te donker of te warm staan; die breken bij het poten af.
Hoe diep en op welke afstand poot je aardappels?
Een pootaardappel komt ongeveer 8 tot 10 cm onder de grond, met de kiemen naar boven. In zware, koude klei mag het iets ondieper, in losse zandgrond iets dieper.
Voor de afstand houd je dit aan:
- Vroege aardappels: 30 cm in de rij, 60 cm tussen de rijen.
- Middelvroege en late rassen: 35 tot 40 cm in de rij, 70 cm tussen de rijen.
Die ruimte tussen de rijen lijkt veel als je poot. Je hebt hem later nodig om aan te aarden, en om te rooien zonder in de knollen van de buurrij te steken.
Trek met een hak een geul of maak per knol een plantgat. Met een Poothak gaat dat vlot: één slag, knol erin, grond erover. Voor wie liever staand werkt is er de Poot- en planthak met een steel van 130 cm. De grond hoeft niet diep gespit te zijn, maar wel los en zonder grote kluiten.
Poot aardappels niet elk jaar op dezelfde plek. Houd drie tot vier jaar tussen, ook voor tomaten, die tot dezelfde familie horen. Zo geef je ziektes en aaltjes minder kans.
Wat is aanaarden en wanneer doe je dat?
Aanaarden is grond vanaf het pad tegen de plant trekken, zodat er een rug ontstaat. Dat doe je om drie redenen:
- Knollen die aan het licht komen worden groen en zijn dan giftig. Onder een rug blijven ze in het donker.
- In een rug vormen zich meer knollen langs de ondergrondse stengel.
- Je haalt meteen het onkruid tussen de rijen weg.
Begin als het loof zo'n 15 tot 20 cm hoog is. Trek de grond met een hak van beide kanten tegen de planten, tot er nog een plukje blad bovenuit steekt. Herhaal dat na twee of drie weken, tot de rug een centimeter of 20 hoog is. Daarna sluit het loof de rij en is aanaarden niet meer nodig.
Voor het aanaarden is een brede hak of een Aardappelkarst handig. Een karst trekt de grond in grote happen naar je toe en loopt minder snel vast in kluiten dan een dicht blad.
Komt er een nachtvorst aan als het eerste loof net boven de grond staat, dan kun je de plantjes nog even met wat grond toedekken.
Wanneer zijn aardappels klaar om te rooien?
Dat hangt af van het ras en van wat je wilt.
- Vroege aardappels: zo'n 90 tot 100 dagen na het poten, vaak vanaf eind juni. Rond de bloei kun je voorzichtig bij één plant voelen hoe groot de knollen zijn. Ze hebben een dunne schil en zijn niet lang houdbaar, dus rooi wat je in een paar dagen eet.
- Bewaaraardappels: als het loof geel is en afsterft, meestal eind augustus of in september. Wacht daarna nog twee weken. In die tijd wordt de schil steviger en dan bewaren ze veel beter.
Wrijf met je duim over een knol. Laat de schil makkelijk los, dan is hij nog niet schilvast en mag hij langer in de grond blijven.
Krijgt het loof aardappelziekte, met bruine vlekken die snel uitlopen, knip of maai het loof dan direct af en voer het af. De knollen kunnen dan nog twee weken in de grond rijpen zonder dat de ziekte erin trekt.
Hoe rooi je aardappels zonder ze te beschadigen?
De meeste beschadigde knollen komen door te dicht bij de plant insteken. De knollen zitten breder dan je denkt, vaak tot 20 cm van de stengel.
- Rooi op een droge dag. Natte klei plakt aan de knollen en ze bewaren slechter.
- Steek de vork op zo'n 25 tot 30 cm van de plant recht in de grond, aan de kant van het pad.
- Duw de steel naar beneden zodat de hele pol omhoog komt, en trek hem naar je toe.
- Raap de knollen op en zoek met je handen na in de losse grond. Er blijven er altijd een paar zitten.
Een spitvork is hier beter dan een spade. De tanden glijden langs de knollen, waar een spadeblad er dwars doorheen gaat. De Spitvork met bajonetpunten dringt makkelijk in vaste grond. Op zware klei werk je met de Spitvork met lanspunten, die bredere tanden heeft en meer grond tegelijk tilt.
Rooi je lange rijen, dan is een Aardappelkarst sneller. Je slaat de tanden achter de rug in de grond en trekt de pol in één beweging naar je toe. Met twee of drie tanden komt de grond los zonder dat je de knollen doorsnijdt.
Hoe bewaar je aardappels na het rooien?
Laat de knollen een paar uur op de grond drogen, niet in de volle zon. Borstel er daarna de grofste aarde af, maar was ze niet.
Zoek beschadigde knollen eruit en eet die eerst. Een knol met een snee rot in de bewaarkist en neemt de buren mee.
Bewaar aardappels op een donkere plek bij 4 tot 8 graden. De ruimte moet droog zijn, maar niet zo droog dat de knollen gaan schrompelen. Een kelder, een vorstvrije schuur of een garage aan de noordkant werkt goed. Gebruik kisten of jutezakken waar lucht doorheen kan, geen plastic. Licht maakt ze groen, warmte laat ze kiemen.
Wie voor het eerst een moestuin aanlegt, vindt in ons artikel over moestuin beginnen welk gereedschap je echt nodig hebt.