Wat is het verschil tussen een spade en een schop?
Het verschil zit in het blad. Een spade heeft een vlak, vrij recht blad dat aan de onderkant is geslepen. Dat blad is gemaakt om de grond in te gaan: je zet je voet op de bovenrand of de trede, drukt door en snijdt zo een plak aarde los. Daarna wrik je die plak los en keer je hem om.
Een schop is hol. Het blad loopt aan de zijkanten omhoog, zodat er een soort bak ontstaat. Daarmee til je los materiaal op zonder dat het er aan alle kanten weer af valt. Steken in vaste, doorwortelde grond gaat met een schop slecht, omdat het brede holle blad veel weerstand geeft en vaak geen scherpe snede heeft.
- Spade: plat blad, scherpe snede, meestal een korte steel met T-greep, D-greep of knop.
- Schop: hol blad met opstaande randen, meestal een lange rechte steel van rond de 130 cm.
Die steellengte is geen toeval. Bij een spade duw je recht naar beneden en wrik je, dus een korte steel met greep geeft grip en kracht. Bij een schop maak je een zwaaiende beweging van de hoop naar de kruiwagen, en dan werkt een lange steel prettiger voor je rug.
Schop, schep of spa: welk woord is goed?
Hier begint de verwarring. In de winkel en in vakboeken heet het steekgereedschap met het platte blad een spade. In het dagelijks leven zeggen veel mensen gewoon schop of schep tegen een spade. In sommige streken hoor je ook spa. Allemaal bedoelen ze vaak hetzelfde ding: het gereedschap waarmee je een gat graaft.
Dat is geen fout, het is taal. Maar wie gereedschap koopt, doet er goed aan het onderscheid te kennen. Zoek je online naar een schop, dan krijg je vooral holle bladen voor zand en grind. Wil je spitten of een plantgat maken, dan zoek je een spade.
In de vakhandel blijft het onderscheid hetzelfde: een spade steekt, een schop schept. Bij ons in de winkel houden we die vakwoorden aan, dus de spades en de schoppen staan in aparte rubrieken.
Wanneer gebruik je een spade?
Een spade pak je voor alles waarbij je in grond moet snijden.
- Spitten van moestuin en borders.
- Plantgaten graven voor heesters, hagen en bomen.
- Graszoden afsteken en graskanten recht steken.
- Planten met kluit uitsteken om ze te verplanten.
- Wortels doorsteken die in de weg zitten.
Voor gewoon tuinwerk volstaat een allround tuinspade. De Tuinspade van Krumpholz is uit één stuk staal gesmeed, heeft een trede voor je voet en is er met een T-greep, D-greep of knopsteel. Wie vooral spit, kan ook naar de Spitspade kijken, die specifiek voor het omspitten van moestuin en bedden is gemaakt. Een spade kan wel een beetje aarde verplaatsen, maar zodra je een kuub zand moet verschuiven, merk je dat het platte blad steeds half leeg omhoog komt.
Wanneer gebruik je een schop?
Een schop is voor alles wat al los ligt. Denk aan een hoop zand die over de oprit verdeeld moet worden, grind voor een pad, compost die de border in moet of de aarde die je net uit een plantgat hebt gegraven en terug wilt scheppen.
Ook bij schoppen bestaan verschillende modellen. Een Hollandse schop is een veelzijdige stalen schop voor zand, aarde, compost en grind, met een lange steel of een korte T-steel. Een Damesschop is wat lichter en past goed bij compost en tuinaarde. Voor heel lichte maar volumineuze dingen, zoals houtsnippers of graan, is een aluminium schop prettiger, omdat je dan minder gewicht in je armen hebt.
Voor grind en puin is een zwaarder stalen blad beter, want aluminium slijt snel op scherpe steentjes. Kies de schop dus op wat je het meest schept, niet op wat het goedkoopst is.
Bestaat er iets tussen een spade en een schop in?
Ja. Er zijn modellen die een beetje van allebei hebben, en die zijn handig als je steeds wisselt tussen steken en scheppen.
De Puntschop uit één stuk heeft een Amerikaanse vorm: een licht hol blad met een punt. Met die punt kom je makkelijker in vaste grond dan met een gewone schop, en door de holling blijft er meer op het blad liggen dan op een spade. Handig bij graafwerk voor een sleuf of een paalgat, waarbij je steeds losmaakt en meteen opschept.
De SPAufel is een kruising van spade en schop met een handgesmede snijkant. Je steekt ermee in stenige grond en schept de losgemaakte aarde meteen weg.
Zo'n tussenvorm vervangt geen goede spade voor het echte spitwerk. Maar wie maar plek of budget heeft voor één stuk gereedschap en vooral gaten graaft, heeft er veel aan.
Welke heb je nodig in een gewone tuin?
Voor de meeste tuinen is het antwoord eenvoudig: eerst een spade. Daarmee doe je het meeste grondwerk, en los materiaal kun je in kleine hoeveelheden ook met een spade of een kruiwagen en een emmer verplaatsen.
Een schop wordt pas zinvol als je regelmatig grotere hoeveelheden los spul verplaatst. Bijvoorbeeld als je elk voorjaar compost uitrijdt, een grindpad bijhoudt of een moestuin hebt waar veel aarde en mest heen en weer gaat. Heb je een kleine stadstuin met vooral borders, dan kun je de schop gerust overslaan.
Twijfel je welke spade bij je lengte en je grond past, lees dan het artikel over het kiezen van een spade. Daar staat ook uitgelegd wanneer een damesspade of een puntspade beter werkt dan de gewone tuinspade.
Waar let je op bij het kopen van een spade of schop?
Bij allebei telt de verbinding tussen blad en steel het zwaarst. Daar komt de kracht samen, en daar gaat goedkoop gereedschap meestal stuk. Een blad dat met de hals uit één stuk is gesmeed, houdt het langer vol dan een blad waar een losse huls aan is gelast.
Let verder op de steel. Bij een spade hoort de greep ongeveer op heuphoogte uit te komen als het blad op de grond staat. Bij een schop moet je rechtop kunnen staan terwijl je schept, en dat lukt alleen met een steel die lang genoeg is.
Een essen steel is licht, veert iets mee en is te vervangen als hij ooit breekt. Dat laatste is meer waard dan het lijkt: met een nieuwe steel gaat een goed blad nog jaren mee.