Moet je de tuin wel spitten?
Niet altijd. Spitten keert de grond om. Je brengt lucht in een verdichte bodem, werkt mest of compost onder en maakt in één keer een groot stuk schoon. Daar staat tegenover dat je het bodemleven verstoort en dat er onkruidzaad naar boven komt dat al jaren lag te slapen.
Voor een nieuwe moestuin op een oud grasveld, voor grond die door bouwverkeer is dichtgereden of voor zware klei die nooit bewerkt is, is spitten een goed begin. Heb je een moestuin die al jaren in gebruik is en goed doorlaat, dan is het vaak genoeg om de grond los te maken en compost bovenop te leggen. Hoe dat werkt, staat in het artikel over grond losmaken zonder spitten.
Kortom: spit waar het nodig is, niet uit gewoonte.
Wanneer spit je de tuin?
Dat hangt vooral af van je grondsoort.
- Kleigrond spit je in het najaar, ergens tussen oktober en december. Je laat de kluiten grof liggen. In de winter bevriest het water in de klei, de kluiten vallen uit elkaar en in het voorjaar heb je een kruimelige bovenlaag die je alleen nog hoeft te harken.
- Zandgrond spit je in het voorjaar, in maart of april. Zand valt vanzelf al uit elkaar, en als je het in de herfst omkeert, spoelt de regen in de winter de voeding naar beneden en zakt de grond weer in.
- Veengrond spit je liever weinig. Lichte bewerking in het voorjaar is meestal genoeg.
Spit nooit als de grond nat is of bevroren. Natte klei smeert en wordt na het drogen keihard. Een goede test: knijp een handje grond samen. Valt het weer uit elkaar als je loslaat, dan kun je spitten. Blijft er een plakkerige bal over, wacht dan een paar droge dagen.
Hoe diep moet je spitten?
De vuistregel is één steek diep, dus zo diep als het blad van je spade lang is. Dat komt neer op 25 tot 30 centimeter. Daar zit de bovengrond, de laag met de meeste humus en het meeste bodemleven, en daar wortelen de meeste groenten en vaste planten.
Dieper gaan heeft pas zin als er onder die laag een harde, ondoordringbare laag zit. Dat merk je doordat het water na een bui lang op het bed blijft staan, of doordat je spade op een bepaalde diepte opeens niet verder wil. In dat geval kun je dubbel spitten.
Enkel of dubbel spitten?
Bij enkel spitten keer je één steek grond om. Dat is wat de meeste mensen bedoelen met spitten en wat je in een gewone tuin bijna altijd doet.
Bij dubbel spitten werk je twee lagen. Je graaft een sleuf van één steek diep, en maakt daarna de bodem van die sleuf nog een steek los, zonder die onderlaag naar boven te halen. Met een spitvork gaat dat losmaken van de onderlaag makkelijker dan met een spade. Daarna gaat de bovengrond van de volgende strook erop.
De onderste laag hoort beneden te blijven. Die is armer en levert boven een slechte bovengrond op. Dubbel spitten is zwaar werk en doe je één keer, bij het aanleggen van een bed of om een verdichte laag te breken. Daarna is enkel spitten of losmaken voldoende.
Hoe spit je de tuin stap voor stap?
Werk in stroken, dan houd je overzicht en blijft het bed vlak.
- Graaf aan het begin van het bed een sleuf van één steek diep en een steek breed. Breng die grond met de kruiwagen naar het andere eind van het bed.
- Zet de spade een stukje achter de sleuf rechtop in de grond. Steek niet dikker dan zo'n 15 centimeter per keer, anders wordt het te zwaar.
- Duw de spade met je voet op de trede helemaal de grond in. Trek de steel naar je toe zodat de plak loskomt.
- Til de plak op en keer hem om in de sleuf ervoor, met het gras of het onkruid naar beneden.
- Zo ontstaat vanzelf een nieuwe sleuf. Werk de rij af en begin aan de volgende.
- De laatste sleuf vul je met de grond die je aan het begin hebt weggereden.
Wil je compost of goed verteerde mest onderwerken, strooi die dan in de sleuf voordat je de volgende plak erin keert.
Hoe spit je zonder rugpijn?
Spitten is zwaar, maar het meeste rugleed komt door de manier van werken en niet door de grond.
- Laat je voet het werk doen. De spade gaat de grond in door je gewicht op de trede, niet door duwen met je armen.
- Houd de spade rechtop bij het insteken en gebruik de steel daarna als hefboom.
- Draai met je voeten, niet met je rug. Sta met je gezicht naar de sleuf waar de plak naartoe gaat.
- Neem kleinere happen, zeker op zware klei.
- Werk een half uur en neem dan pauze. Een groot stuk hoeft niet in één middag.
Ook de steel telt mee. Met een te korte steel sta je gebogen en dat voel je na een uur. Ben je lang, kijk dan naar een spade met een langere steel.
Welke spade gebruik je om te spitten?
Voor spitwerk wil je een spade met een recht, scherp blad en een trede waar je met je volle gewicht op kunt staan. De Spitspade van Krumpholz is daarvoor gemaakt, met een essen T-steel van 75 cm of een knopsteel van 85 cm.
Voor langere mensen is de Tuinspade met lange steel een optie: de steel van 90 of 100 cm laat je rechter staan. De Damesspade model 1376 is lichter, met een steel van 85 of 95 cm, wat prettig is als je elke steek minder gewicht wilt tillen.
Op zware, natte klei kan een spitvork lichter werken dan een spade, omdat de tanden makkelijker in de grond gaan en er minder grond aan blijft plakken. De Spitvork met lanspunten is gemaakt om zware grond in grote happen te tillen en te keren. De SPORK spadevork zit er tussenin: spade en vork in één, ook voor stenige grond.
Houd het blad scherp. Een botte spade kost bij elke steek extra kracht, en dat telt bij honderden steken flink op.